Homeopathie


 

Similia similibus curentur

Het gelijke wordt met het erop gelijkende genezen.

Homeopathie is een natuurlijke en wetenschappelijke geneeswijze. De grondlegger ervan is Samuel Hahnemann. Hij was arts en scheikundige. In de tweede helft van de achttiende eeuw ontdekte hij een belangrijke natuurwet: een stof die bepaalde verschijnselen kan opwekken, is ook in staat diezelfde verschijnselen te genezen. Dit is het basisprincipe van de homeopathie geworden.

Bepaalde stoffen wekken bij gezonde personen bepaalde symptomen op. Zoals dat brandnetels jeukende bultjes veroorzaken en uien de ogen laten tranen en een loopneus veroorzaken. Als je deze stoffen in kleine doses aan mensen geeft die deze symptomen hebben, dan stimuleren ze juist de genezing ervan. Zo wordt het homeopatisch middel allium cepa (gemaakt van de ui) veel gebruikt bij mensen die last van hooikoorts hebben, waarbij vooral de tranende ogen het meeste last veroorzaken.

Gebleken is dat op die manier het lichaam geholpen wordt het oorspronkelijk evenwicht te herstellen. Eigenlijk geneest het lichaam zichzelf!
Een homeopathisch geneesmiddel bestrijdt dus niet de symptomen van een ziekte maar geeft het lichaam 'een zetje in de rug' om zichzelf en van binnen uit te genezen.

Bijna alle, ook reguliere, geneesmiddelen zijn oorspronkelijk afkomstig van planten. Bij reguliere medicijnen haalt de fabrikant de meest werkzame stoffen uit die planten of maakt ze chemisch na. Hierdoor werken die stoffen misschien wel sterker, maar geven ze ook vaak bijwerkingen. Proefondervindelijk bleek dat het verdunnen en schudden van de homeopathische producten de geneeskracht versterkt en de schadelijke werking juist wegneemt. Dit proces noemen wij tegenwoordig 'potentiëren'.

In onze praktijk wordt zowel met enkelvoudige homeopathische middelen gewerkt als met complexmiddelen.